Header

Door: Joost Hartog (cliënt)

 

De transferdame

Oh nee, daar gaan we weer. In de verte hoorde ik de ambulance al met sirene aankomen. Het was niet de eerste keer dat een gezellige avond theater en thuis afsluiten met een glas whisky de dag toch nog verziekt werd doordat mijn vege lijf andere plannen had met mij dan ik met mijzelf.

 

Het vriendelijk ambulancepersoneel stelde zich voor. En ik, Joost Hartog, man 62 jaar. Het interesseniveau van de twee mannen was niet erg hoog, het ging er nu om hoe ze mij op de brancard kregen. En hoewel ik me nog redelijk goed voelde was het aan deze twee te zien toch duidelijk menens. Een buik die binnen een paar uur zo hard wordt als een betonnen sixpack is niet normaal voor een man met een hoge dwarslaesie.

 

Ooit wel eens gehoord van het spreekwoord 'wie op de lift wacht, wacht het langst.' Nee, eigenlijk hoort het te zijn 'wie op de eerste hulp wacht…'.

Afijn na uren was inmiddels de narigheid toegenomen en toen daar eindelijk een geneesheer een oordeel kwam vellen werd ik ook met lichtsnelheid naar de OK gereden. 'Hoe heeft u dit voor elkaar gekregen meneer Hartog?'

Ik had nog geen idee wat dit was. Een deel van mijn darm was gaan draaien als een kippetje op een spit en dat stukje had niet lang meer te leven.

 

Drie uur later werd ik weer wakker met een rode ritssluiting van 35 cm. op mijn buik. Vanaf nu moest ik het doen met een halve meter voedselvertering minder. Het herstel dat viel wel enigszins tegen. Alles moest van binnen weer een beetje op gang komen en ontbijt op bed is leuk en een portie Chinees sla ik niet graag af maar nu voelde mijn lijf of ik een tros heliumballonnen onder de leden had en dat duurde een aantal dagen lang. Het eerste teken van leven was even welkom en opluchtend als het boertje van de baby na een maaltijd aan de borst. Langdurig en duidelijk maar verre van gênant.

 

Nu zag ik het leven weer zitten en lonkte alweer een beetje naar de dag van ontslag. Op een ochtend, ik was net aan het genieten van de rust, reinheid, regelmaat en het aangename personeel, kwam er bericht dat iemand van de transfer commissie zou komen. Met een serieus gezicht kwam de dame binnen en wilde weten welke soort thuiszorg ik had en wie mij ging helpen met het vervoer, medicatie en de wondverzorging. Met een triomfantelijk gezicht vertelde ik dat ik een Fokuswoning heb. 'Ja en?' Zei de dame 'wat betekent dat'. Nu was het mijn beurt om eens uit te leggen hoe het is om onafhankelijk te kunnen leven en je eigen stuur vast te houden terwijl we toch praten over een serieuze handicap. Ik vertelde haar over de zaken die wij als Fokuscliënten allang al kennen. 'Maar kan ik dan helemaal niets voor u doen?' Ik zou het wel op prijs stellen als iemand mijn spullen kwam inpakken zodat mijn vrouw alles met de auto naar huis kan brengen. Ik zou de tram nemen en eenmaal thuis zou ik via de intercom melden dat ik weer thuis ben en dat het leven weer zijn gang kon gaan alsof er nooit iets gebeurd is.

 

Het blocnote dat zij op haar schoot had om aantekeningen te maken bevatten maar één streepje maar haar gezicht sprak boekdelen. Zij en vele andere hebben nog nooit van Fokus gehoord en daarom blijft de boodschap altijd prachtig om te melden. Maar in mijn geval nog fijner om te ervaren.