Header

Uit het hele land bereiken ons berichten en verhalen over de samenwerking op de projecten tussen ADL’ers, cliënten en managers. Die willen wij graag met jullie delen:

 

Bestuurder:

Het coronavirus dendert door het land. Alle hens aan dek. Iedereen, ADL’ers, coaches, managers, kantoormedewerkers en noem maar op, werken met man en macht. Maar hoe het is om nu in een Fokuswoning te wonen en in een Fokusproject te werken? Naast alle noodmaatregelen en nieuw beleid. Wat wordt er op onze locaties gedaan om de veiligheid te bevorderen? Wat kunnen we van elkaar leren in deze tijden?

Er gebeurt zoveel in het land, we kunnen van elkaar leren! Ook cliënten hebben hele goede ideeën. Wat ik heel veel hoor is de behoefte aan meer dezelfde ADL’er in huis. Door bijvoorbeeld in kleinere groepen te werken, ervoor zorgen dat dezelfde assistentie als voorheen wordt gegeven door minder verschillende ADL’ers per dienst. Dat bereiken we door afspraken met elkaar te maken met cliënt en binnen het team. ‘Mag dat dan?’ hoor ik nog wel eens. Ja, juist nu! Deze omstandigheden, de onzekerheid, het gevoel van onveiligheid, dat maakt dat het goed is om anders te werken. De omstandigheden en mogelijkheden op onze locaties verschillen enorm, daarom de oplossingen ook. Deel jullie verhalen en mogelijke oplossingen dan ook vooral! Graag! Daar kunnen we van leren en de juiste keuzes maken.

 

ADL-assistent:

‘De laatste weken is er voor iedereen meer onrust. Maar je merkt ook de saamhorigheid. Iedereen probeert mee te denken om het zo goed mogelijk voor elkaar te krijgen. Cliënten maken zich zorgen en dat uiten zij ook. Zijn zouden graag anders willen, maar ook ADL’ers hebben angsten, zorgen en grenzen. Wij hebben het daar samen over. De een lukt dat natuurlijk wat makkelijker dan de ander. Het is ook nog kort allemaal, maar iedereen is bezig. Je moet soms in je achterhoofd houden wat de ander zou kunnen voelen om dan je werk goed te kunnen doen. Op elkaar letten en actief met elkaar oplossingen bedenken, dat is wat volgens mij nu het belangrijkste.’

 

Manager:

‘Ik heb een dagelijks time-out moment in het leven geroepen. Dit aan het einde van de ochtendzorg. Evaluatie van hoe het met de cliënten gaat. Wat staat er nieuw op het medewerkersportaal? Hoe gaat het me jet collega? Degene die dit leidt krijgt een stip of ster bij zijn naam en draagt ook over aan de late dienst. Die vervolgens weer aan de nachtdienst. Ook maak ik dagelijks een eigen coronanieuwsbrief. Het blijkt dat het team hier behoefte aan heeft.’

 

ADL-assistent:

‘Wij kijken actief naar elkaar om. Vooral voor cliënten die een klein netwerk hebben is het extra lastig. En ook soms heel eenzaam. Soms helpt het alleen al om even aan te bellen en een kort praatje te maken. Als een cliënt een groter netwerk heeft proberen wij meer op afspraak te werken en assistentie te bundelen. Minder wisselende contactmomenten zijn soms ook mogelijk. Uiteindelijk zitten wij allemaal in de zelfde situatie met de zelfde gevoelens. Alleen gaat iedereen daar anders mee om. Dat moet je respecteren maar daar kun je het ook over hebben. Dan begrijp je de ander beter.‘

 

Cliënt:

‘Ik ben heel dankbaar voor het team om mij heen. Ik heb namelijk een unieke situatie: door omstandigheden werd de zorg heel complex. Na wat omzwervingen heb ik samen met Fokus een cirkel in een cirkel opgebouwd. Ik heb 24/7 iemand nodig en zo heb ik nu mijn eigen team, bestaand uit ADL’ers. Hierdoor kunnen wij samen afspreken dat zij, op vaste tijden en dagen in de week komen werken. Dat is voor iedereen fijn, voor hen en voor mij. Het team is ook bereid om elkaar te vervangen en aan te vullen. Zij gaan echt een commitment met elkaar aan en met mij. Wat zo mooi is, is dat wij heel gelijkwaardig met elkaar omgaan. Ik was een ander leven gewend dan wat ik nu leef, maar ik zit er pragmatisch in. Het is wat het is (dit is zeker niet zielig). Wij hebben respect voor elkaar, het is wel mijn leven, en het is hun werk. Het is echt samen werken. Hierdoor is er balans tussen volledig eigen regie en de noodzakelijke handelingen die moeten gebeuren.

Je moet het wel kunnen, als professionele ADL’er, maar ook als cliënt. Dat samenwerken, er samen eruit komen vraagt eigen regie en volwassenheid van de ADL’er en van mij als cliënt. Dit maakt wel dat ik mijn eigen leven kan leiden, ook en zelfs in deze tijden.’

 

ADL-assistent:

‘Op ons project zijn wij begonnen met een soort ‘noodkaarten’. Het is een papiertje wat inzichtelijk maakt wat écht noodzakelijke ADL-assistentie er is en wat kan wachten. Natuurlijk doen we dat in overleg met de cliënt. Voor hen kan die juist fijn zijn. Hierdoor kan af en toe iets verschoven worden, zodat de cliënt één contactmoment met een ADL’er minder heeft. Op dit moment helpen alle kleine beetjes.’